Reisverslag blad 11: Burkina Faso |

|
Zaterdag 3 januari 2009
Bobo Dioulasso heeft een klein, maar bijzonder aardig museum dat door de meeste toeristen wordt overgeslagen. Tien jaar geleden heb ik daar een medewerker leren kennen, Francis Ouedrago, een neef van de toenmalige minister van defensie. Francis is een tamelijk opdringerige man, die niet uitmunt door bescheidenheid. Maar dankzij hem heb ik in 1999 kennisgemaakt met minister Ouedrago. In diens geboortedorp ben ik een van de eregasten geweest voor het bijwonen van het maskerdansen. Dat was een unieke gebeurtenis, die door bemiddeling van Francis tot stand gekomen is en waarvoor ik hem dankbaar ben. Het is zelfs niet onmogelijk dat hij me heeft gewezen op het museum van Gaoa, en me de naam genoemd heeft van conservator Désiré Somé, waarmee ik bevriend ben geraakt. Francis kan ik tijdens een bezoek aan Bobo dan ook niet overslaan.
Het museum bevat twee zalen. Een zaal voor een permanente expositie, die niet erg indrukwekkend is, en een zaal voor tijdelijke exposities. Wij maken kennis met de winnende inzendingen van een moderne kunst prijsvraag. Er zitten aardige dingen bij, maar ook een hoop rommel. Als blijkt dat er ook werk hangt van de medewerkers van het museum rijzen er toch wel wat bedenkingen tegen het niveau van de prijsvraag. Het leukste van het museum bevindt zich buiten het gebouw. Er staan een tweetal nagebouwde onderkomens, van de Bobo en de Peulh, en in de tuin is een levende expositie van traditionele ambachten. Er worden bronzen beeldjes gegoten en balofoons gemaakt. Er wordt stof geweven en er is een houtsnijder bezig. Het is allemaal erg leuk om te zien en te fotograferen, en je kunt voor een redelijke prijs een aardig souvenir mee naar huis nemen. We kopen er een bronzen beeldje en, om Francis een plezier te doen, enkele door hem geschilderde ansichtkaarten. Dan is het tijd voor de lunch bij Bobo Dia, waar ook Francis ons weet te vinden. Hij bestelt er lustig op los, uiteraard op onze kosten.
We doen wat boodschappen bij een lokale supermarkt, waarbij we behalve een fles Pastis 51, een flinke hoeveelheid vruchtensap inslaan. Burkina heeft een kleine industrie die vruchtensap produceert, waarvan de kwaliteit buitengewoon hoog is. Vergelijk het met dubbeldrank in Nederland, maar dan voor een fractie van de prijs. Evenals Bamako en Ouagadougou heeft ook Bobo Dioulasso een kathedraal. Waarschijnlijk de lelijkste kathedraal van Afrika. Het lijkt nog het meest op een enorme romney loods met een verongelukte ruimteraket als kerktoren. Ook het interieur is weinig indrukwekkend. Alleen het kerststalletje is wel bijzonder. Deze kerk moet wel heel arm zijn, want ze kunnen zich voor het kindeke niet eens een kribbe permitteren. De kleine zwarte Jezus moet het in Bobo doen met een kartonnen doos.
´s Avonds eten we bij Franca en laten haar kennismaken met onze favoriete mixdrank: pastis met jus d’orange. Een heerlijke combinatie die niet alleen in de tropen goed smaakt. Vervolgens gaan we opnieuw naar de Bois d’Ébène. Er treedt een heel aardige band op met een mix van jazz en traditionele muziek. Het is er beslist gezellig, maar wij zijn het doorhalen tot de kleine uurtjes niet meer gewend. |

|
De vriendelijke kopersmid van het museum en zijn kleine kunstwerk |
|
Bronzen beeld aan de ingang van het Musée Provincial du Houet Onder: ‘Modelwoningen’ van Bobo en Peulh |


|
In Bobo Dioulasso vind men de lelijkste kathedraal en het armste kindeke |
|
Vrijdag 2 januari 2009
Ons busje begint echte Afrikaanse trekjes te vertonen. Bij het scheren vanmorgen sprong ik iets te wild om met de linkerbuitenspiegel en ik had hem prompt in mijn hand. Het is een kunststof ding en niet te repareren. Dat wordt onder het rijden af en toe het hoofd uit het raam steken. De weg richting Kouri blijft slecht. Een vriendelijke gendarme, die hogelijk verbaasd is zomaar een auto te zien langsrijden en bovendien met buitenlanders, weet ons te melden dat de weg over 25 km beter wordt. Hij heeft gelijk. Zodra we de afslag naar Yorosso voorbij zijn, kunnen we weer normale snelheden aanhouden. We zijn even bevreesd dat we aan de grens problemen zullen krijgen omdat we ons kentekenbewijs hebben afgegeven i.v.m. de import van het busje. We hebben alleen wat fotokopieën van allerlei documenten. Maar het valt allemaal mee. We wensen iedereen uitbundig Bonne Année en Bonne Santée, en met een grote glimlach worden alle formaliteiten geregeld. Aan de kant van Burkina, bij Faramana, zijn de beambten werkelijk allervriendelijkst. We betalen voor de visa CFA 10.000 per persoon en voor het Laissez-passer voor het busje CFA 5.000. De visa zijn een week geldig maar kunnen gratis verlengd worden bij de Surété in iedere grotere plaats.
Ook het landschap heeft wat veranderingen ondergaan. Het is in de afgelopen honderd kilometer duidelijk groener geworden, de begroeiing is ook dichter en we zien een ander soort plantengroei. We rijden de eerste katoenvelden voorbij waar recentelijk is geoogst. Grote bergen sneeuwwitte katoen liggen her en der tussen de velden. Het land is hier duidelijk vruchtbaarder dan in het gedeelte van Mali waar we vandaan komen.
Even na de middag komen we aan in Bobo Dioulasso. Het kost even wat moeite, maar dan vind ik toch de aanknopingspunten in het centrum waar ik naar zocht. We parkeren het busje bij hotel Auberge en gaan op zoek naar mijn vroegere favoriete restaurant Bobo Dia. Het ligt op een paar honderd meter van hotel Auberge, er is weinig veranderd, en wat het leukste is, wij worden hartelijk begroet door Hamidou, de barman die ik al jaren ken. We drinken er een lekker biertje en eten er steak met salade en frites. Een eenvoudige maaltijd, maar prima van smaak en buitengewoon goedkoop.
Van Willem Snapper hebben wij het adres gekregen van Franca Berkvens. Zij is getrouwd met een Burkinabe en beheert in de wintermaanden een klein hotel onder de naam Auberge Villa Rose (zie www.villarosebobodioulasso.com). Het ligt vlakbij het station, dus vlakbij de grote markt en het uitgangscentrum, aan een rustige zijweg. Het is een heerlijke oase van rust, met schaduwrijke bomen en overal bloemen, waar het heel goed toeven is. Franka kan lekker koken en ’s avonds eten we samen met haar, een viertal Belgische gasten en een perfect Nederlands sprekende Burkinabe. Erg gezellig. Het is vrijdag en dat is in Bobo een prima avond om te genieten van levende muziek. Ik ken de Bamboo bar, maar ik heb ook de ervaring dat die nogal toeristisch is en het muzikale talent beperkt. Franka adviseert ons een bezoek te brengen aan Bois d’Ébène, op loopafstand van Villa Rose. Het is een heel aardige gelegenheid en de muziek is niet slecht. Wij blijven echter een beetje steken bij de initiële schermutselingen. We hebben weer een vol en vermoeiend dagprogramma achter de rug en zijn helemaal niet meer gewend het laat te maken. Om een uur of elf, voordat het muzikale spektakel goed en wel op gang is, aanvaarden we de terugweg.
|
|
Vriendelijke gendarmes in Faramana |
|
Katoenbergen bij Koundougou |
|
Ons stamrestaurant Bobo Dia |
|
Auberge Villa Rose |
|
bladeren naar: |