Reisverslag blad 7: Mali december 2008

Woensdag 24 december 2008

 

We hebben verschrikkelijk slecht geslapen. Na al die heerlijke plekjes in de vrije natuur zitten we hier middenin de stadsdrukte. Maar dat is het ergste niet. We zijn kompleet lek gestoken door de muggen. Midden in de nacht hebben we het dekbed overtrek losgehaald en omgekeerd zodat we er in konden kruipen. Maar zelfs dat mocht weinig baten. Vooral Liesbeth is behoorlijk geraakt. Haar gezicht is helemaal opgezwollen van de aaneenschakeling van muggenbulten.

Tijdens het ontbijt krijgen we al de nodige mensen die het busje willen kopen, of hebben we misschien nog iets anders te koop. In Mali kun je alles wat los en vast zit verkopen, vooral auto’s, mobiele telefoons en computers. Wij verkopen de hi-jack, die ligt alleen maar in de weg. Als we de rechter achterband proberen op te pompen, krijgen we een flinke scheur te zien. Banden zijn in Bamako gemakkelijk tweedehands te krijgen. Er is een enorm aanbod in voor redelijke prijzen. We leggen de reserveband achterop en kopen voor ongeveer € 20,-- een alleszins behoorlijk bandje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dan is het tijd voor de boodschappen. We hebben CFA’s nodig en vooral een muskietennet. Maar geld uit de muur trekken blijkt niet gemakkelijk. Het kan alleen maar met een Visacard en die moet je wel toevallig hebben. Mastercard wordt bij maar bij één bank geaccepteerd, maar die hebben al enkele maanden problemen. Dus ook problemen voor ons. Bij het arrogante hotel Amitié kun je wel geld krijgen met Mastercard, maar alleen als klant. Gelukkig heeft Liesbeth ook een Visacard bij zich, en hoewel ze die liever niet gebruikt, kunnen we toch geen andere oplossing vinden.

Muskietennetten kun je het beste kopen op de Marché Rose. Deze markt is allang niet meer roze. De prachtige, historische overdekte markt, gebouwd met rozerode stenen, is in 1993 afgebrand. De plaats van deze markt is echter nog steeds volop in gebruik. Wij willen echter niet met het busje de drukke stad in en proberen het op de markt van Baco Djocoroni. Helaas, geen muskietennetten. We gaan een biertje drinken bij hotel Fouta. Daar weten ze wel een adresje en inderdaad en, zoals dat altijd gaat in Mali, komt er even later iemand met een muskietennet aanzetten.

Op de terugweg wijst de doofstomme jongen die sinds ons ontbijt bij Kassouf zo’n beetje als gids heeft gefungeerd ons op een plek waar mensen kamperen. Een prachtige plek aan de Niger, die we beslist willen onthouden.

We besluiten te eten bij Kassouf (hotel Hanadi) in het restaurant dat uitkijkt over het zwembad. We kiezen voor kèbe, gekruide gehaktballetjes volgens Libanees recept en een gemengde salade. Het is een goede keuze. De combinatie is goed en de salade is lekker aangemaakt. We trakteren ons op een flesje rode wijn en nemen een ijsje toe. De rest van de middag brengen we door bij het zwembad met een boek, een biertje en af en toe een duik in het lauwwarme water.

 

s ‘Avonds praten we uitgebreid met Papa en Maman over de verkoop van het hotel in Bankass. Papa doet ons diverse tips aan de hand die we graag ter harte nemen.

Die nacht slapen we gelukkig weer prima, dankzij het perfecte muskietennet.

Maandag 22 december 2008, vervolg

 

Ook de grenspassage aan de Malinese kant verloopt zonder noemenswaardige problemen. De meeste formaliteiten dienen te worden afgehandeld in Nioro du Sahel en het is even lastig om het nieuwe douanekantoor en het kantoor van de politie te vinden. (Het douanekantoor bevindt zich op de weg naar Nioro, enkele meters voorbij de afslag naar Bamako aan de rechterkant, het bureau van de grenspolitie ca. 500 m verder op de weg naar Nioro aan de rechterkant) Het kost even wat moeite de douanefunctionarissen hun werk te laten doen, maar uiteindelijk verlaten we het kantoor met het felbegeerde Laissez-Passer Touristique.

Als alles is afgehandeld zoeken we een hotelletje. Met hulp van een gidsje komen we terecht in Escale du Sahel. Het ziet er zeer acceptabel uit,

maar er worden net grote geluidsboxen naar binnen gesjouwd. Er is die avond een feestje en dat betekent doorgaans voor de hotelgasten dat zij tot diep in de nacht een oorverdovend aantal decibellen te verwerken krijgen. Dus drinken we er een biertje - dat hebben we in de Islamitische Republiek Mauritanië moeten missen - en vervolgen onze weg naar Bamako. Een halfuurtje later, in een aangenaam heuvellandschap, rijden we de brousse in en zetten ons schermpje op. Het uitzicht is prachtig en opnieuw kunnen we later op de avond genieten van een heldere sterrenhemel met duizenden sterren.

 

Dinsdag 23 december 2008

 

Voor het eerste sinds ons vertrek hebben we ons verslapen. De zon is al op, het is ‘al’ een uur of zeven. Een drietal kinderen is uit het niets opgedoken en staan nieuwsgierig toe te kijken, terwijl wij koffie zetten en ons klaar maken voor het vertrek. We vissen wat kleren uit onze voorraad en voor alle drie een petje. Gelukkig komen er geen broertjes en zusjes kijken want de voorraad kinderkleren in maar beperkt.

De weg naar Bamako is prachtig, er zijn keurige parkeerhavens en zelfs hier en daar zebrapaden. Ook Mali heeft uitgevonden dat het tolsysteem winstgevend is voor de schatkist, maar het gaat om kleine bedragen, 500 CFA (€ 0,75) voor het gebruik van een prima weg. Het landschap verandert, meer begroeiing, we komen de eerste baobabs tegen, grote kuddes koeien en geiten, en veel ezels. Kamelen zien we niet meer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Diema kopen we brood, eieren en eindelijk petroleum voor onze stormlamp. Vervolgens vinden we een prachtig plekje voor onze lunch, uiteraard met een gebakken eitje.

Naarmate we Bamako naderen, worden de ezelkarren meer en meer vervangen door stinkende brommertjes. De weg van Nioro naar Bamako leidt via Kati. We besluiten Johan Wachters op te zoeken. Het kost even wat moeite maar we vinden zijn huis. Met behulp van zijn mobieltje bellen naar Djarbel Kassouf. Kassouf was vroeger eigenaar van een restaurant aan het Place du Cathédrale, waar ik tussen 1990 en 1993 vrijwel dagelijks de lunch gebruikte. Zijn zoon Djarbel heeft ons bij een toevallige ontmoeting tijdens ons vorige bezoek, zijn kaartje gegeven. Eindelijk lossen we de belofte in en bellen het nummer. We krijgen een enthousiaste ‘Maman’ aan de lijn die ons het adres doorgeeft van het nieuwe hotel Hanadi dat volgens haar zeggen iedereen in Bamako schijnt te kennen, of in ieder geval behoort te kennen. Dat valt in de praktijk echter behoorlijk tegen. We nemen afscheid van Johan en rijden naar Bamako, waar we van het kastje naar de muur worden gestuurd. Iedereen die het verkeer in Bamako een beetje kent, kan zich voorstellen dat er dan heel wat kilometers worden gemaakt en zeeën van tijd worden verloren. Als we voor de zoveelste keer verkeerd zijn gereden, lenen we iemands mobieltje en bellen opnieuw naar Djarbel. Hij weet ons wel te vinden en rijdt ons voor met zijn brommertje. Eindelijk komen we aan bij hotel Hanadi in de wijk Faso Kanu, Magnambougou (tel. 00223 220 7561) en kan ‘Papa’ Kassouf ons in zijn brede armen sluiten. Maman is al naar bed. We hebben tweeënhalf uur verloren met zoeken. Maar we zijn weer onder vrienden. We drinken met Papa een biertje in de ‘Paillotte’ (echter niet gemaakt van paille maar van staal, hout en glas) en genieten van de befaamde brochettes.

Onderkomen in het noorden van Mali

bladeren naar: