
|
de grote moskee van Agadir |
|
Woensdag 17 december 2008
Het plan is eigenlijk een dagje in Agadir te blijven. Terwijl het in Europa sneeuwt en hagelt, is het hier weer voor de zomerkleding, dus we kunnen ons goed voorstellen dat er heel wat mensen voor gekozen hebben hier te overwinteren. De camping is uitstekend gelegen, vlakbij het stadscentrum en nog geen 300 meter van het strand. We kuieren eerst door de stad, maken wat foto’s en daarna is het strand aan de beurt. Maar dan hebben we het eigenlijk wel weer gezien. We zijn nu eenmaal geen strandmensen. Om 13.00 uur hebben we ons boterhammetje achter de kiezen en pakken we de boel weer in om onze weg naar het zuiden te vervolgen.
|
|
We kiezen ervoor om minstens 10% langzamer te rijden dan is toegestaan want het stikt van de snelheid- en andere controles. In het mooie stadje Tiznit trappen we in een typische politieval, maar we komen er zonder kleerscheuren vanaf. Na Agadir is er maar weinig verkeer op de weg, maar zelfs in the middle of nowhere is de hermandad prominent aanwezig. Rond 17.30 uur rijden we ter hoogte van Tan Tan waar een redelijke camping (Gambia) schijnt te zijn. Maar we rijden door en daar hebben we later spijt van, want een uur later was het donker en dan is een goede kampeerplek niet gemakkelijk meer te vinden. Wij besluiten door te rijden naar Tarfaya in de hoop op een redelijke accommodatie. Het is een zware tocht. De weg is smal, er zitten flinke gaten in de zijkanten van het asfalt en de koplampen van de tegemoetkomende vrachtwagens zijn niet echt lekker afgesteld. Als we in Tarfaya naar een camping vragen, blijkt die er niet te zijn. Een aardige jongeman, die een paar woorden Frans spreekt (waar is de tijd gebleven dat iedere Marokkaan deze taal vloeiend beheerste?), nodigt ons uit in zijn strandhuis te komen logeren. Wij rijden met hem een tiental kilometers terug, vervolgens het strand op en komen bij een van wrakhout opgebouwde hut. Het is een fantastisch ding waar we op de vloer kunnen slapen, maar wij geven er toch de voorkeur aan in onze eigen comfortabele twijfelaar. We maken er wel onze avondmaaltijd klaar en drinken thee met Yacouba. Vervolgens draaien het busje achter het huisje zo goed mogelijk uit de gierende wind, bevestigen het windscherm, snuiven nog even de zeelucht op en duiken ons heerlijke bedje in. Ondanks het late vertrek hebben we die dag 570 km afgelegd. |
|
Donderdag 18 december 2008
De wind is gedurende de nacht behoorlijk afgenomen. De zon moet nog opkomen als Hans water opzet voor koffie en nog wat extra om ons te kunnen wassen. Even later genieten we van ons ontbijt en van de prachtige ochtendluchten. Als we terugrijden naar de weg komen we even vast te zitten in het zand. De geïmproviseerde zandschep, gesneden uit een jerrycan, voldoet prima en we zijn binnen de kortste keren weer los. We brengen Yacouba terug naar Tarfaya en vervolgen onze weg naar het zuiden. Het landschap is tamelijk eentonig, een kaal en zanderig duinlandschap met hier en daar wat plukken groen en gelukkig af en toe een blik op de zee. Niet ver van Tarfaya zien we het eerste bord dat waarschuwt voor overstekende kamelen en inderdaad, nog geen kilometer verder zien we de eerste kudde. Geweldig om deze majestueuze beesten met hun trage telgang in de vrije natuur te zien rond kuieren.
Als we in Boujdour een pompstation binnenrijden, vertrekken er net drie Landrovers met Nederlandse kentekenplaten. In het restaurant van Michoit Esslaoui gebruiken we de lunch. Kip, frites, salade en een literfles koude cola voor het luttele bedrag 60 DH (ca. € 5,--). Later op de dag rijden we opnieuw de Landrovers voorbij. Er zitten stikkers opgeplakt met www.3landrovers2ghana.nl. We zwaaien. Meer dan 2000 km later zullen we de zes mannen tegenkomen die de auto’s besturen. Een erg leuke ontmoeting hebben we met Jona, een sportieve Duitse jongen, die met de fiets onderweg is naar Senegal en Gambia. Hij is twee maanden geleden uit Aken vertrokken en heeft inmiddels ca. 5000 km afgelegd. We drinken samen thee en voorzien hem van wat snoepjes voor onderweg. Na Tarfaya is overigens de dieselolie goedkoper, en het is verstandig om tijdig de tank vol te gooien voordat je plotseling geconfronteerd wordt met de grens. Ook motorolie, waar je in Agadir mee wordt doodgegooid, kun je maar beter op tijd inkopen. Als je eenmaal El Agroub (ter hoogte van Dakhla) hebt bereikt, is het te laat. Wij zijn niet zo slim geweest. In El Agroub vragen we aan de benzinepomp om motorolie en worden naar het dorp verwezen en in het dorp verwijst men ons naar de pomp. Een oudere heer vertelt dat hij wel wat motorolie voor ons heeft. Wij rijden met hem naar zijn huis, waar hij met een vieze jerrycan komt aanzetten met naar zijn zeggen ongeveer anderhalf liter motorolie voor dieselmotoren. Als wij al te veel twijfelen, komt hij aanzetten met een gloednieuwe volle jerrycan van vijf liter. Wij werden vervolgens uitgenodigd voor de thee. Wij willen de motorolie betalen, maar daar wil hij niets van weten. Het is een cadeau. Wij geven hem wat kleren, meer kunnen we niet aan hem kwijt. Ongelooflijk wat je soms aardige mensen tegenkomt. Het is bijna donker als we El Agroub verlaten. Enkele kilometers verder vinden we aan zee een redelijke plaats om te kamperen, net voor de zon onderging. Opnieuw hebben we te maken met een harde verkillende wind. We zitten vrijwel op de Kreeftskeerkring opnieuw met de jas aan te eten, zo fris is het. We hebben die dag 685 km afgelegd en zijn nog maar 250 km verwijderd van de grens van Mauritanië. |


|
De oever van de woestijn |
Reisverslag blad 4: Marokko |
|
Vrijdag 19 december 2008
Omdat we gelezen hebben dat de grens om 13.00 uur sluit, gaan we extra vroeg op pad. De weg is uitstekend en nog voor 7.30 uur overbruggen we de laatste 250 km en bereiken de grens, die op dat moment nog gesloten is. We maken van de wachttijd gebruik om olie bij te vullen. Rechtstreeks met de jerrycan is niet mogelijk, maar er zijn genoeg plastic flessen te vinden waar ik bruikbare hulpstukken uit kan snijden. We hebben overigens wel de laatste pomp voor de grens gemist en dat is jammer, want de brandstof in Mauretanië is een stuk duurder dan in het zuiden van Marokko. Deze pomp ligt overigens op ongeveer 80 km voor de grens, en dat is rond de 130 km voor Nouadhibou (de plaats die staat aangegeven op de borden). Er staan al enkele auto’s die de vorige avond zijn aangekomen en wij sluiten aan als twintigste in de rij. Na een halfuur wordt er een tafel buiten gezet waaraan enkele beambten plaatsnemen. Het enige wat die doen is formulieren uitreiken. Voor een Senegalese autohandelaar die niet kan lezen en schrijven vullen zij de formulieren in. In tegenstelling tot de grens bij Tanger zijn hier geen ‘helpers’ die er tegen betaling voor zorgen dat de zaken vlot worden afgehandeld. Bij deze grenspost worden we geconfronteerd met de tirannie van de geüniformeerde macht. We zullen een lang verhaal kort maken. Een volgende keer stoppen we wat bankbiljetjes tussen de papieren, want om er weer bijna 6 uur over te doen om het land te verlaten is ons toch echt al te gortig. Inderdaad, het is ruim na 14.00 uur als we de Marokkaanse controle passeren en het niemandsland mogen inrijden op weg naar de Mauritanische kant. |


|
bladeren naar: |
|
Agadir |